KWS Tweets

Login

Hier kunt u inloggen op de website van de KWS. Inloggen is alleen mogelijk voor geregistreerde gebruikers.
Overblijfprotocol PDF Print E-mail

Uitgangspunten.

  • Het overblijven is een periode van ontspanning na het werken in de groep. Het is vrije tijd van de kinderen. Hierdoor is een kind lawaaieriger en drukker dan in de klas.
  • Omdat er zoveel kinderen bijeen zijn in een ongedwongen sfeer, is het noodzakelijk om afspraken te maken (zie overblijfreglement).
  • Om zoveel mogelijk rust en regelmaat te bieden, is het verstandig om de gemaakte afspraken gezamenlijk te bespreken en te hanteren.
  • Het is zeer belangrijk om gewenst gedrag te benoemen en te belonen! Positieve aandacht geven! Correctie door te wijzen op het goede gedrag van andere kinderen is belangrijk: het ongewenste gedrag wordt benoemd tevens wordt aangegeven hoe het wel kan / moet.
  • Alvorens dit protocol in werking treedt, worden de kinderen hierover ingelicht door de leerkracht van de groep. Tevens wordt dit protocol aan alle ouders van de K.W.S. verstrekt.

Uitgangspunten voor de kinderen.

  • Ik zorg ervoor dat iedereen fijn en gezellig kan overblijven
  • Tijdens het overblijven kan ik samen met andere kinderen eten en samen spelen.
  • Praten, kletsen en lachen mag, zolang ik de andere kinderen niet stoor.
  • Als de overblijfkracht in zijn/haar 1-2-3 en klapt (onderbouw) of high-five teken geeft (bovenbouw), luister ik.
  • Ik luister naar de overblijfkracht en doe wat me gevraag wordt.
  • Ik ga zuinig met de spelmaterialen om.

Eetafspraken.

  • Ik ga voor het eten nog even naar de wc als dat moet.
  • Ik zoek snel en rustig een stoel en tafel op.
  • Ik wacht met eten tot er gebeden is.
  • Ik eet en drink rustig, netjes en op mijn plaats.
  • Ik blijf van de spullen van andere kinderen af.
  • Tijdens het eten ga ik niet naar de wc.
  • Na het danken ruim ik mijn eigen rommel op.
  • Na toestemming van de overblijfkracht mag ik binnen of buiten gaan spelen.
  • Voordat ik ga spelen, hang ik mijn tas aan de kapstok.

Binnen spelen.

  • Ik bedenk wat ik ga doen en pak een spel uit de overblijfkast.
  • Ik speel alleen met materiaal van de overblijf.
  • Ik zorg ervoor dat we fijn samen binnen spelen in het overblijflokaal.
  • Voor ik het spel terugzet, controleer ik of het compleet is.
  • Ik ruim de spellen netjes op.
  • Om 12.00 u. – 12.30 u. (bovenbouw) en 12.30 u. 13.05 (onderbouw) gaan we allemaal bij goed weer even naar buiten.

Buiten spelen.

  • Ik speel alleen met spullen die de overblijfkracht heeft gegeven.
  • Ik mag alleen in de zandbak spelen als dat van de overblijfmoeder mag.
  • Ik zorg ervoor dat we fijn samen buiten spelen.
  • Na het buitenspelen ruimen we onder leiding van de overblijfkracht alles samen op.
  • Om 13.05 uur gaan de kleuters naar binnen
  • Om 13.10 uur gaan de andere kinderen naar binnen.

Vergissen is menselijk.

Onder ongewenst gedrag tijdens de overblijf wordt onder andere verstaan: een grote mond hebben, ruzie maken, schreeuwen, spelen met eten, gooien met eten, plagen van kinderen, aan andermans spullen komen, opzettelijk kapot maken van spelmateriaal etc.
Wanneer kinderen zich niet aan de afspraken houden, is het belangrijk dat het ongewenste gedrag wordt benoemd. Vervolgens worden de gevolgen van het gedrag besproken (zie punt 1 volgende bladzijde) en wordt aangegeven hoe dit anders kan worden aangepakt. Vooral de correctie naar het gewenste gedrag en het benoemen daarvan is erg belangrijk.

Wanneer een kind toch een keer de fout ingaat, is een eenduidige aanpak cruciaal. Het is van belang dat iedere overblijfkracht zoveel mogelijk hetzelfde reageert op gewenst en ongewenst gedrag. Het bespreken van elkaars aanpak, niet om te beoordelen, is van groot belang.

Als een kind toch de fout ingaat, volgen we de volgende stappen:

  1. Het kind wordt aangesproken door de overblijfkracht. Ongewenst gedrag wordt besproken, de gevolgen worden aangegeven en er wordt een alternatief aangeboden. Met name de ik-boodschap is van belang. "Ik zie dat je ………. en dat vind ik / en daardoor …………… Ik heb liever dat je …………. Gaan we dat proberen? Ik weet zeker dat je dat kan! Kijk maar eens naar ………."
    Deze signalen van ongewenst gedrag worden gemeld bij de overblijfcoördi-nator. Dit wordt schriftelijk vastgelegd.
  2. Bij een tweede vergissing wordt hetzelfde gesprek gevoerd, aangevuld met een haalbare sanctie. "Ga maar even apart zitten, gaan jullie maar even uit elkaar, stop maar even met dit spel tot je denkt dat je het weer wel kan… etc."
    Ook dit wordt gemeld bij de overblijfcoördinator en schriftelijk vastge-legd.
  3. Bij een derde keer volgt er geen discussie meer en wordt het kind direct doorverwezen naar meester Rob. Die weet dan dat het al drie keer is misgegaan en hij voert een gesprek met het kind. Vervolgens wordt ook hier besproken hoe het kind zijn of haar gedrag kan verbeteren en worden er eventueel excuses aangeboden. Het kind blijft apart tot de pauze voorbij is. Indien noodzakelijk licht meester Rob de leerkracht van het kind in. De leerkrachten van het kind worden dus niet benaderd door de overblijfkrachten. 
    Samen met de overblijfcoördinator registreert en bespreekt meester Rob ongewenst gedrag.
  4. Bij herhaald ongewenst gedrag worden de ouders/verzorgers ingelicht, dit ter beoordeling van meester Rob en de leerkracht van het kind.
  5. In uiterste gevallen wordt een kind de toegang tot het overblijven voor een bepaalde periode ontzegd.